Lichaamsgericht werken bij cliënten met NAH

‘Als het hoofd roept “en doorgaan en doorgaan”, wie trapt er dan op de rem?’

‘Op het moment dat mensen met niet-aangeboren hersenletsel via lichaamsgericht werken betekenis kunnen geven aan lichaamssignalen, kunnen ze meer regie voeren over hun eigen leven. Ik denk dat dit het belangrijkste is voor elke mens.’ Aan het woord is Marit Dhondt, psychomotorisch therapeut en expertdocent van de cursus Lichaamsgericht werken bij cliënten met NAH van AXON.

‘Lichaamsgericht werken is een aanpak waarbij je luistert naar je eigen lijf’, legt Marit uit. ‘We hebben een heleboel zintuigen en systemen in ons lijf die via lichaamssignalen een boodschap geven of met je communiceren, voorafgaand aan onze gedachten en acties. Op het moment dat je iets cognitief benadert, gebruik je je hoofd. Bij lichaamsgericht werken, luister je eerst naar je lijf en daarna ga je naar je hoofd om keuzes te maken. Als iemand met NAH voldoende lichaamsbewust is, voldoende energie heeft, en het oplossingsvermogen en de coping zijn intact, dan heeft diegene op dat moment geen ander nodig om een situatie te veranderen die niet prettig voelt.’

In dit artikel gaat Marit in op:

  • Mensen met hersenletsel en lichaamssignalen
  • Lichaamssignalen leren herkennen
  • Het lijf van de professional als instrument
  • Cursus Lichaamsgericht werken bij cliënten met NAH

Mensen met hersenletsel en lichaamssignalen

Lichaamsgericht werken wint binnen de zorg steeds meer terrein. Het is nog niet mainstream maar ook binnen de ondersteuning, begeleiding en verzorging van mensen met niet-aangeboren hersenletsel, krijgt deze methodiek steeds meer voeten aan de grond.

Chaos in het hoofd

Bij mensen met niet-aangeboren hersenletsel is de vertaling van lichaamssignalen in denken en handelen, niet altijd meer vanzelfsprekend. Dit komt omdat de connectie tussen hoofd en lichaam niet naar behoren functioneert. Marit: ‘Mensen met hersenletsel opereren daardoor vooral cognitief terwijl er ook cognitieve stoornissen aanwezig zijn. Dat levert vaak een hoofd vol chaos, druk of stress op. Het lijf roept wel, maar het komt niet meer aan op de plek vanwaaruit je actie kan ondernemen. Je kunt er geen betekenis aan verlenen in de zin van “ik moet stoppen, ik moet een andere kant op, ik moet sneller of langzamer”. Het gevolg daarvan kan zijn dat je iets gaat doen dat niet past bij het lichaamssignaal waardoor je ernstig vermoeid of overprikkeld raakt.

Te lang in onprettige situaties

‘Uit onderzoek blijkt’, vervolgt Marit, ‘dat mensen met hersenletsel vanwege een niet optimale connectie tussen lijf en hoofd, de neiging hebben om langer in situaties te blijven waarin ze zich niet prettig voelen dan voordat ze het hersenletsel kregen. Ze hebben vaak geen contact met wat er in hun lijf gebeurt om op die lichamelijke vlucht- of vechtreactie die je nodig hebt om in beweging te komen, te reageren. Dan blijf je dus zitten waar je zit, of je nou overprikkeld, te druk of veel te moe bent. Je komt niet meer uit die situatie weg. Met overbelasting of extreme vermoeidheid tot gevolg. Soms zelfs een black-out.’

Lichaamssignalen leren herkennen

Voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel is de meerwaarde van lichaamsgericht werken dat ze meer op hun gevoel kunnen gaan doen, omdat ze hun lichaamssignalen gaan herkennen. Marit: ‘Dat een krampje, een ademhaling die verandert, gespannen spieren, schouders tot aan de oren, signalen zijn die kunnen betekenen: “Nu moet je iets anders doen.” Kramp in de buik kan meerdere betekenissen hebben. Maar als je weet dat een specifieke manier van kramp zegt: “Het is te druk met prikkels om je heen. Geef je grens aan, zet je zonnebril op”, of “wegwezen!”, dan hoef je je niet eerst af te vragen “moet ik naar het toilet, heb ik honger of ben ik gespannen?”

Ander gedrag

‘Onze maatschappij bestaat uit een heleboel prikkels. Op het moment dat jij op een van je zintuigen overprikkeld raakt, krijg je uiteindelijk ander gedrag’, legt Marit uit. ‘Het kan zijn dat iemand heel snel boos wordt, het kan zijn dat iemand zich helemaal terugtrekt, het kan zijn dat iemand duizelig wordt, het kan zijn dat iemand zijn spieren stokstijf voelt worden en niet meer kan bewegen.’

‘Ja maar ik zit toch lekker’

Marit: ‘Wat vaak gebeurt is dat mensen met niet-aangeboren hersenletsel me vertellen dat tijdens bijvoorbeeld een bezoek aan vrienden, hun partner op een zorgzame, dwingende of kinderlijke manier tegen hen zegt: “We gaan nu naar huis.” En dat de mens met hersenletsel zelf zoiets heeft: van “ja maar ik zit toch lekker”, terwijl hun schouders hoog zitten, en de vuisten gebald zijn. En dan vertellen ze me ook dat ze dat zelf niet in de gaten hadden terwijl ze ook nog eens geïrriteerd raakten omdat de partner bepaalde dat het genoeg was geweest omdat de signalen die er dus weldegelijk waren door henzelf niet werden waargenomen. Na een behandeling met lichaamsgericht werken, zegt de partner dan: ‘Joh, ik zie aan je schouders en je vuisten, dat het waarschijnlijk genoeg is. Zullen we naar huis gaan?’ Op die manier wordt meer wrijving of ruzie voorkomen.’

In samenspraak

Het is heel fijn dat je als begeleider, behandelaar of verzorgende ook die signalen leert lezen zodat je weet wanneer iemand bijvoorbeeld overprikkeld of gestrest is. De vraag is dan hoe je er in samenspraak met degene die je verzorgt of begeleidt, voor kan zorgen dat de spanning zakt zodat iemand weer zelf een oplossing kan verzinnen. Marit: ‘Iemand met hersenletsel wil denk ik, net als elk persoon, op de gebieden waar diegen de regie kan voeren, heel graag zelf besluiten nemen. Er is niets vervelender dan dat iemand anders dat gaat doen op een manier waarvan je denkt: dit wilde ik helemaal niet. Maar als iemand met hersenletsel de lichaamssignalen niet herkent, dan komt diegene helaas soms in dat soort situaties terecht.’

Zelfstandig toepassen

Als psychomotorisch therapeut bij Heliomare Hersenz is het de taak van Marit om het meestal lage lichaamsbewustzijn van mensen met hersenletsel, te verhogen. ‘Dat weer op hetzelfde niveau brengen van voor het hersenletsel, vergelijkbaar met scores van de “gezonde populatie”, blijkt vaak lastig. Maar verbeteren lukt wel. Het gevolg daarvan is dat als ik cliënten kan laten ervaren wat ik zie aan spanning, aan verandering in ademhaling, aan alles wat maar lichaamsbewust is, en cliënten gaan dat ook merken, dan kunnen ze dat uiteindelijk toepassen in hun thuissituatie.’

Lijf: ‘Jij doet iets anders met je ademhaling!’

Marit: ‘We hebben ooit een mevrouw gehad die regelmatig moest boeren. Dan zei ze: “Sorry hoor, ik denk dat ik iets verkeerd gedronken heb.” En dan vroeg ik: “Iets met prik?” “Nee, nee, nee, eigenlijk niet. Als we dan verder gingen, zei ze: “Sorry hoor, maar ik kan bijna niet verder, want ik krijg een beetje hoofdpijn.” En als we dan nog doorgingen, zei ze: “Sorry hoor, ik ben zo duizelig, ik kan niet meer.”

Boeren laten

Wat bleek nou, het boeren was eigenlijk het eerste signaal waarmee haar lichaam zei: “Jij doet iets anders met je ademhaling.” Dus ze slikte als het ware lucht in wat er dan als boer uitkwam. En als ze dat negeerde, dan zei het lijf: “Dan krijg je hoofdpijn.” En als ze dat negeerde, werd ze duizelig. Maar eigenlijk liet het lijf haar weten: “Ik ga anders ademhalen omdat je te snel gaat, omdat je jezelf overbelast, omdat je in een situatie bent die je eigenlijk niet aankan.” Het lijf vraagt aandacht om iets te veranderen.

Een glaasje cola

‘Soms bij een glaasje cola moest ze ook weleens een boer laten, maar dat voelde anders en smaakte anders dan een boer van ingeslikte lucht. Toen ze dat wist, kon ze elke boer analyseren’, lacht Marit. ‘Zo van “oké, ik boer. Komt het door wat ik drink of is er iets anders aan de hand? Oh, er is iets anders aan de hand. Wil ik nog even blijven? Wat moet ik dan veranderen? Waardoor komt dit? Oh, er is fel licht. Dan moet ik misschien op een andere plek gaan zitten.” Of, “ik zit tussen twee mensen die over mijn hoofd praten. Als ik nu even naar het toilet ga en ik kom weer terug, is het misschien weer over, en kan ik gelijk op een andere plek gaan zitten.”

Eigen regie

Op die manier kon de mevrouw op basis van dat eerste lichaamssignaal zichzelf de vraag stellen: “Wat kan ik veranderen zodat ik kan blijven deelnemen?”’

Het lijf van de professional als instrument

Marit: ‘Lichaamsgericht werken heeft alles te maken met het arousal. Dat is over het algemeen een automatisch systeem. Als we goed in ons vel zitten en er niks aan de hand is, dan halen we adem en spannen we onze spieren aan op een manier die aansluit bij de situatie. Als je dan een kopje wil pakken, dan pak je hem met precies met de juiste hoeveelheid kracht op zodat je het kopje naar je mond kan brengen. Maar gaat dat arousal naar beneden of omhoog, dan kan je opeens niet meer goed dat kopje vastpakken waardoor het uit je handen valt of je het net op de verkeerde manier naar je mond brengt. Als je die veranderingen in spierspanning van jezelf kunt waarnemen, dan kan je er iets mee doen.’

Overprikkeling opmerken en verminderen

Marit: ‘De cursus Lichaamsgericht werken bij cliënten met NAH is er voor al die behandelaren, begeleiders, verpleegkundigen en verzorgenden die met mensen met hersenletsel werken. Cliënten kunnen overprikkeld zijn of een verhoogd arousal of een verhoogde alertheid hebben of niet lekker in hun vel zitten. Het is heel fijn als jouw professionele oog dat waarneemt en dat je met elke cliënt individueel kan kijken wat op dat moment helpt om met behulp van lichaamsgerichte methoden naar een optimaal arousal te komen.’

Haast en koude handen

Dit werkt overigens twee kanten op. Marit hoort vaak van mensen met hersenletsel die thuiszorg krijgen, dat ze goed kunnen merken wanneer de thuiszorgprofessional op schema loopt of niet. ‘Dus op het moment dat er iemand met haast en koude handen naast hun bed staat, merken ze aan de greep en de spanning of het vorige huisbezoek goed verlopen is of niet. Het is dus ook de kunst om in dit geval als thuiszorgprofessional jezelf zo te vertragen dat die cliënt niet merkt dat je misschien al tien minuten achterloopt. Dat is een vaardigheid. Hiervoor is nodig dat de professional zelf ook in contact staat met het eigen lijf. Want als jij in je hoofd zit en je wil lichamelijk verbinding maken met een ander, lukt dat negen van de tien keer niet.’

Tijd winnen door te vertragen

Marit: ’Door de werkdruk en de haast kan het zijn dat je onbewust iemand wat steviger vastpakt of sneller wil werken dan dat de persoon aankan. Misschien uit dit zich ook in zinnen als: “Joh werk eens even mee.” Door zelf bewust te vertragen, de cliënt bewust waar te nemen in de zin van “Waar komt deze pijn of spanning vandaan?”, en te investeren in het lichamelijke contact, trek je makkelijker die broek aan en win je tijd.’

Van nature

Bij woon- en activiteitenbegeleiding, constateert Marit dat sommige professionals al lichaamsgerichte methoden toepassen. Op een bepaalde manier raken zij mensen aan, pakken hen vast, kijken hen in de ogen, of ontspannen zichzelf om zo de ander te laten ontspannen. Vaak zijn ze zich daar niet van bewust. Een heleboel gaat in een natuurlijk verloop. Als iemand in een rolstoel zit of in bed ligt en je blijft staan, geeft dat een hele andere sensatie dan als je even bewust de tijd neemt om op dezelfde ooghoogte te komen.

Echt verbinding maken

‘Het kan ook helpen, als je ziet dat je cliënt heel hoog ademhaalt haalt, om te proberen samen met die persoon anders te gaan ademhalen. Soms is dat alleen maar naast iemand gaan zitten of een gesprek aangaan en je eigen manier van ademhalen de ander te laten sturen. Dat is een vorm van co-regulatie; echt verbinding maken, niet alleen op cognitief niveau, maar ook op lijfelijk niveau.’

Je eigen lijf voelen

Om die co-regulatie tot stand te brengen is volgens Marit het lichaamsbewustzijn van de professional een bepalende factor. ‘Daarom gaan we in de cursus heel veel zelf ervaren. Vooral op de eerste dag. Want als je je eigen lijf niet goed kan waarnemen en voelen, betekent dat het meevoelen met een ander vaak ook lastig is. Dan zie je misschien wel dat iemand gespannen of onrustig is, maar als jij dan ook gespannen en gestrest blijft, dan kan je iemand vertellen goed adem te halen of proberen een ontspanningsoefening met iemand te doen, maar de kans van slagen is klein.’

Lichaamsgericht werken als extra tool

Marit ziet het lichaamsgericht werken als een extra tool voor behandelaren, begeleiders, verpleegkundigen en verzorgenden. ‘We steken als professionals vaak in op cognitie, gesprek en oplossingsgericht begeleiden. Dat werkt voor mensen met NAH met een optimaal arousal en een optimale alertheid, die weinig prikkels ervaren en niet vermoeidheid zijn of cognitief nog niet zijn overvraagd. Dan kan je dus inderdaad vragen: “Wat wil jij vandaag? Wat is voor jou de oplossing?” Geeft iemand cognitief een prima antwoord, dan heb je het lichaamsgericht werken niet nodig, alhoewel het ook een meerwaarde heeft op die momenten dat de cliënt eigen regie ervaart. Het kan namelijk ook dienen als een waarneembare bevestiging. Wat de cliënt vertelt en het beeld dat de cliënt met zijn lichaam laat zien, komen met elkaar overeen. 

Denken, voelen, doen

‘Maar soms kan iemand zelf geen oplossing bedenken, en praat terug op een manier waarvan jij als professional je afvraagt of diegene wel zegt wat hij bedoelt. Het antwoord is niet eenduidig of komt niet overeen met de lichaamshouding van de cliënt. Dan kun je met lichaamsgericht werken de driehoek van “Wat denken we, wat voelen we en wat gaan we dan doen?”, weer in balans brengen. Als het voelen er niet is, dan gaat het over “Ik denk en ik doe”. Als het dan hoofd roept: “En doorgaan, en doorgaan”, wie trapt er dan op de rem? Dus je hebt dat voelen nodig om te bedenken dat je vermoeid bent, steeds geïrriteerder wordt of al drie dagen over je grenzen heen gaat. Die verbinding tussen “Wat denk ik, wat voel ik en wat ga ik daarmee doen?”, kan ervoor zorgen dat mensen grenzen gaan aangeven. Of, dat ze juist in beweging gaan komen.

Remmen en activeren

‘Het komt natuurlijk ook voor’, vervolgt Marit, ‘dat je juist de andere kant op wil bewegen. Het is niet altijd remmen. Je wilt ook activeren. Als je iemand hebt die moeilijk in beweging komt, omdat hij te laag in zijn arousal zit en niet die kickstart krijgt om iets te gaan doen, kan je lichaamsgericht werken inzetten om het arousal te verhogen zodat je iemand misschien alleen maar hoeft te begeleiden in plaats van fysiek te ondersteunen.

Optimale toestand

‘Kortom, met lichaamsgericht werken kan je het arousal dempen, remmen, reguleren naar beneden, en je kan het omhoog stuwen, activeren, en reguleren omhoog. Om maar tot die optimale toestand te komen dat iemand goed functioneert. Waarbij functioneren afhankelijk is van het soort letsel, de levensfase, de situatie, het karakter, de persoonlijkheid. Dat speelt allemaal mee.’

Duidelijke scheidslijn

In de cursus gaan cursisten aan de slag met simpele interventies waarmee iedereen die mensen met hersenletsel ondersteunt, kan werken. Marit: “Lichaamsgericht werken is een veilige methode. Tot het moment dat een eenvoudige oefening die effectief zou moeten zijn, niet werkt. Wanneer je er meerdere hebt geprobeerd, en je leest bijvoorbeeld in het dossier dat er misschien een onderliggend trauma of een onderliggende aandoening is, of er zit iets in iemands voorgeschiedenis waaruit blijkt dat iemand van huis uit nooit heeft leren voelen en waarnemen, dan is het tijd om een professional in lichaamsgericht werken in te schakelen. Daar ligt in de cursus de scheidslijn.’

Cursus Lichaamsgericht werken bij cliënten met NAH

De cursus Lichaamsgericht werken bij cliënten met NAH van AXON, met Marit Dhondt als docent, is een driedaagse introductie van lichaamsgericht werken met een sterke koppeling tussen theorie, zelf ervaren en direct praktisch toepassen in jouw werksetting. De cursus is bedoeld voor hbo- of wo-professionals die in hun werk te maken hebben met cliënten met hersenletsel.

  • Je doet kennis op over diverse lichaamsgerichte methodes zoals adem-, regulatie- en nabijheidsoefeningen en hun toepassingsmogelijkheden bij mensen met NAH.
  • Je gaat ervaren wat lichaamsgericht werken is en welke rol lichaamsbewustzijn speelt bij herstel, aanpassing en zelfregulatie na hersenletsel.
  • Je leert signalen van spanning, overprikkeling en disregulatie herkennen en vertalen naar mogelijk handelen.
  • Wat je leert, vertaal je naar je eigen praktijk in het werken met mensen met NAH;
  • Je wordt je bewust van tot wanneer je een cliënt met lichaamsgerichte interventies kunt ondersteunen en wanneer je hen dient door te verwijzen.
  • Je leert lichaamsgerichte interventies af te stemmen op wat de cliënt cognitief, emotioneel en fysiek aankan.

Vind hier meer informatie over de cursus en meld je aan!

marit-dhondt

Over Marit Dhondt

Marit Dhondt heeft een master in psychomotorische therapie en werkt bij Heliomare Hersenz als psychomotorisch therapeut. Daarnaast is Marit verbonden aan het Radboudumc en doet met ondersteuning van Windesheim onderzoek naar het lichaamsbewustzijn van mensen met niet-aangeboren hersenletsel en de relatie tussen de mate van lichaamsbewustzijn en de ervaren vermoeidheid en het functioneren van regulerende vaardigheden. In de toekomst hoopt ze op dit onderzoek te promoveren. Haar kennis over het behandelen psychosociale klachten bij mensen met niet-aangeboren hersenletsel middels psychomotorische therapie deelt Marit als gastdocent bij de Masteropleiding PMT van Windesheim en de minor PMT van het VU Amsterdam.

Laatste nieuws

Lichaamsgericht werken bij cliënten met NAH

‘Als het hoofd roept “en doorgaan en doorgaan”, wie trapt er dan op de rem?’ ‘Op...

Meer info

Scholingstraject bij Zorgpartners Midden-Holland

‘Het is voor ons echt een onderbouwde keuze geweest om iedereen te scholen’ ‘We...

Meer info

Professioneel omgaan met verminderd ziekte-inzicht bij mensen met hersenletsel

‘De cliënt? Die kijkt ernaar en zegt: “Er is toch niks aan de hand” Cliënten...

Meer info

HersenletselCongres 2027

Maandag 1 februari 2027 - ReeHorst Ede Ben jij klaar voor het HersenletselCongres...

Meer info

Vergroot je professionele vaardigheden met deze online trainingen

Naast het aanbod over niet-aangeboren hersenletsel (NAH) bieden wij, via onze zusterorganisatie...

Meer info

Boeken over NAH – Lees over niet-aangeboren hersenletsel

Ben je op zoek naar diepgaande inzichten en praktische hulpmiddelen om beter...

Meer info

Interview: Neuropsychologische diagnostiek en behandeling bij hersenletsel

‘Op het moment dat je begrijpt waar je naar kijkt, kun je de juiste interventies...

Meer info

Interview: Gespecialiseerd verpleegkundige NAH

In dit interview vertellen hoofddocent Arno Prinsen en oud-deelnemer Merve Aydemir...

Meer info

Meer nieuws?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!